Wat is craniosacraal therapie?

Het craniosacraal systeem is een eigen ‘systeem’ binnen het paardenlichaam, net zoals bijvoorbeeld de spijsvertering, de bloedsomloop, het zenuwstelsel en de ademhaling. Het wordt ook wel eens de ‘ademhaling van de hersenen’ genoemd. 

De naam geeft al aan in welk gebied de therapie plaatsvindt. Het cranium is de schedel en het sacrum is het heiligbeen. De hersenen die samen met het ruggenmerg omgeven zijn door verschillende hersenvliezen vormen samen het craniosacraal systeem. Van buiten naar binnen in het hoofd hebben we eerst de huid en het schedelbot, dan de periostale en meningeale laag (deze worden samen ook wel de dura mater genoemd), daarna het spinnenwebvlies (arachnoidea) waarin zich het craniosacraal vocht bevindt en als laatste de piamater, welke direct op de hersenen ligt.

Het craniosacraal vocht, ook wel hersenvocht genoemd, stroomt van de schedel naar het sacrum en weer terug. Het ritme van deze stroming kun je voelen, net als bijvoorbeeld een hartslag. Dit ritme wordt deels veroorzaakt door de flexie- en extensie beweging van de schedelbeenderen, met als uitgangspunt de naad (Symphysis Sphenobasilaris) tussen het Os Occipitale en het Os Sphenoidale (verschillende schedelbotten). Het is dus een verkeerde opvatting om te denken dat de schedel uit één massief bot bestaat, want in werkelijkheid bestaat het uit verschillende delen die (uiteraard zéér minimaal) ten opzichte van elkaar kunnen bewegen. Je kunt je dus wel voorstellen dat wanneer het paard een klap op zijn hoofd krijgt, of wanneer er bijvoorbeeld aan zijn oren gedraaid zou worden (dit gebeurde vroeger veel) dit grote gevolgen kan hebben. Hierbij moet je verder denken dan de ‘blauwe plekken’ dit het oploopt, het kan werkelijkheid gezondheids- of gedragsproblemen opleveren of zelfs hormonale problemen. Dit laatste heeft er mee te maken dat zich in de hersenen verschillende hersenstructuren bevinden, waaronder bv. de hypofyse en hypothalamus, die een belangrijke rol spelen bij hormoonregulatie.

Wanneer een paard een blessure oploopt, dan kan het ritme van het craniosacraal systeem dus (plaatselijk) stagneren. De plekken waar dit gebeurd kan een craniosacraal therapeut opzoeken met zijn of haar handen. Er zijn vervolgens verschillende technieken om het lichaam op die plekken met lichte druk te gaan behandelen. De techniek voor het opzoeken van restricties wordt ook wel ‘arcen’  genoemd en voorbeelden van technieken om restricties te verhelpen zijn bv. ‘ fascia-glide’ en ‘V-spread’. Er wordt in de craniosacraal therapie op verschillende lagen in het lichaam gewerkt. Zo kan er, afhankelijk van waar het lichaam op dat moment behoefte aan heeft, behandeld worden op de: huidlaag, vetlaag, fascialaag (bindweefsel), spierlaag, botlaag, craniosacrale laag of de energie laag. De fascia, het losmazig bindweefsel, wordt vaak gezien als het belangrijkste orgaan van het lichaam, maar wordt helaas vaak onderschat. Het heeft belangrijke functies in het aanvoeren van voedingsstoffen, het afvoeren van afvalstoffen, intercellulaire communicatie en nog veel meer. Het is dus zaak dat deze fascialaag soepel blijft en goed doorstroomt met intercellulaire vloeistof. Op deze manier kun je dus door middel van craniosacraal therapie eigenlijk het gehele lichaam behandelen.

In veel gevallen laten paarden tijdens de behandeling releases zien, bijvoorbeeld doordat hun maag begint te knorren, of ze gauw kauwen, schrapen of geeuwen. Sommige laten zelfs letterlijk los door te poepen of te plassen! Deze releases zijn gevolgen van het loslaten van spanning in het lichaam, of opgeloste restricties in het bindweefsel (fascia). 

Door het aanspreken van het craniosacraal systeem, wanneer een paard zich in volledige ontspanning bevindt, wordt eigenlijk een toestand van diepe slaap nagebootst. Precies in deze toestand vinden herstellingsprocessen plaats en zo kan het lichaam dus worden aangezet tot zelfgenezing.